De energie van de toekomst

In dit verhaal, oorspronkelijk gepubliceerd in het najaarsnummer van A.Hak Magazine 2019, bespreekt Jan Schipper, directeur business development, onze visie op de rol die A.Hak voor zichzelf ziet in de energietransitie. ‘Al onze ervaring is nodig.’

‘Laat ik beginnen met een aantal uitgangspunten’, zegt Schipper. ‘Allereerst is A.Hak geen klimaatontkenner. Wij geloven dat er daadwerkelijk klimaatveranderingen optreden en we vinden het verminderen van CO2-uitstoot een goede maatregel waar we graag aan meewerken. We zijn er echter niet van overtuigd dat we helemaal ‘van het gas af’ moeten. A.Hak verwacht dat er ruimte blijft voor gas in onze energievoorziening.’ 

EERSTE KANS: ELEKTRIFICATIE

‘Los van onze mening is de energietransitie natuurlijk al lang gaande. De Nederlandse overheid wil in 2030 een reductie van 49% van de CO2-uitstoot bereikt hebben ten opzichte van het niveau van de uitstoot in 1990. In 2050 willen we liefst helemaal geen CO2-uitstoot meer. Het eerste gevolg daarvan is een toename van het gebruik van duurzame energiebronnen als zon en wind. Die trend zien we al een tijdje en zal de komende jaren blijven toenemen.’

Voor A.Hak ligt daar de eerste kans. Wij zetten in op elektrificatie of ‘verkabeling’, bijvoorbeeld door het aansluiten van wind- en zonneparken. Daarnaast helpen wij bij de versterking en uitbreiding van het elektriciteitsnet. Dat is nodig, omdat we niet alleen meer elektriciteit zullen verbruiken, maar het ook anders zullen opwekken en gebruiken. Denk aan het terugleveren van elektriciteit aan het net en aan de toename van het aantal oplaadpunten voor elektrische auto’s.’

A.HAK IS WARMTESPECIALIST

‘Naast elektrificatie heeft Nederland vanuit het regeringsbeleid gekozen voor warmtenetten als alternatief voor verwarming met aardgas of andere fossiele brandstoffen. Ook goed nieuws, want A.Hak is warmtespecialist. De afgelopen weken hebben mijn business development-collega’s en ik gesproken met de directies van netbeheerders, met gemeenten, woningbouwcorporaties, nieuwe warmtebedrijven en havenbedrijven. Daardoor hebben we een veel beter beeld gekregen van de verwachte ontwikkelingen op het gebied van warmtenetten. Nederland pakt het regionaal aan met de gemeenten in de rol van regisseur. In 30 regio’s voeren gemeenten gesprekken met allerlei groepen, zoals bewoners, bedrijven, verenigingen en stichtingen, over het behalen van de CO2-doelstellingen. Onderdeel van die gesprekken is het ontwikkelen van een visie op warmtenetten.’

WARMTE OPSCHALEN

‘De regionale aanpak bouwt voort op het Klimaatakkoord dat dit jaar ondertekend is. Daarin staan de afspraken die aan zogenaamde klimaattafels zijn gemaakt over verschillende thema’s. Voor A.Hak waren de klimaattafels Gebouwde Omgeving en Industrie belangrijk. Over het thema Gebouwde Omgeving hebben vooral gemeenten en woningbouwcorporaties met elkaar gesproken. Corporaties beheren vaak grote hoeveelheden woningen en kunnen er dus gemakkelijker voor zorgen dat hele blokken of wijken in een keer aangesloten worden op een warmtenet. Zij hebben afgesproken de komende jaren vele honderdduizenden woningen aan te sluiten op warmtenetten. Daarbij gaan ze opschalen van 20.000 naar 50.000 tot 200.000 woningen per jaar om voor 2030 3,4 miljoen ton CO2 minder uit te stoten.’

WIJKGERICHTE AANPAK

‘Hoe gaan ze dat doen? De gemeenten zijn aan zet, zij moeten met de corporaties en andere woningeigenaren spreken en de zaak wijk voor wijk aanpakken. Door die lokale aanpak is er geen aanleg van een grootschalige warmterotonde te verwachten, maar worden er straks kleinere wijknetten aangelegd die warmte uit lokale bronnen gebruiken.’

‘Dit werk waar A.Hak nu al veel mee bezig is, zou qua volume zomaar met een factor vier kunnen toenemen. Dan gaat het niet om de grote pijpleidingen, maar over werk in de straten, waar weinig ruimte is om te manoeuvreren en de ondergrond vaak al bomvol ligt met kabels en leidingen. Opdrachten waarbij onze ervaring met combiwerk een groot voordeel is. Ook het werk in de meterkast komt erbij. En gemeenten en corporaties zullen ons vragen om aan de voorkant mee te denken over de beste manier van aanleggen en aan de achterkant om ook meer onderhoud te verzorgen.’

GAS BLIJFT BELANGRIJK

‘Op termijn gaan we van het gas af, maar dan hebben we het over Gronings aardgas. Wij zijn van mening dat daar uiteindelijk ander, schoner gas voor in de plaats zal komen. Groengas, biogas of wellicht waterstof. Dat heeft twee redenen. Als je alle energie die huishoudens en bedrijven gebruiken wilt elektrificeren dan moeten we enorm veel kabels bijleggen. Dat is verschrikkelijk duur en vraagt waarschijnlijk om een hoeveelheid koper die we niet eens hebben. Het transporteren van energie via elektronen door een kabel gaat namelijk veel minder makkelijk dan via moleculen door een buis. Daarbij is de opslag van elektrische energie in accu’s veel moeilijker dan het opslaan van gas. Wij gaan er dus van uit dat er ruimte blijft voor gas en dat de verduurzaming gefaseerd zal gaan. Vanuit ons huidige gebruik van aardgas gaan we eerst steeds meer groen gas bijmengen. Daarna zien we een grote rol voor ‘groen’ opgewekt waterstof. Daardoor blijft de gasinfrastructuur die er nu ligt belangrijk. Voor A.Hak goed nieuws, omdat bestaande leidingen geschikt gemaakt moeten worden voor het transporteren van andere gassen en verouderde leidingen onderhouden of wellicht vervangen moeten worden.’

SYSTEMEN SAMENBRENGEN

‘Elektriciteit en gas vormen nu nog twee gescheiden systemen. Wat we zullen zien is dat die twee systemen in elkaar gevlochten zullen worden. Er komt bijvoorbeeld op zee een wind- of zonnepark. De elektriciteit die daar wordt opgewekt, wordt niet met een kabel aan land gebracht maar gebruikt om door middel van elektrolyse waterstof te maken. Daardoor kunnen we veel meer energie aan land brengen, die we in de vorm van gas ook nog eens kunnen opslaan voor de momenten dat de wind niet waait of de zon niet schijnt. Power to gas dus: duurzaam opgewekte elektriciteit omzetten naar gas. Maar ook gas to power, want vanuit de opslag kan het gas via een centrale weer als elektriciteit in ons elektriciteitsnet worden gestopt.’

‘Dit soort geïntegreerde systemen zullen vooral in haven- en industriegebieden gebouwd worden. Voor ons is ook deze ontwikkeling heel interessant, omdat de systemen voor deze geïntegreerde energievoorziening bedacht en gebouwd moeten worden. Maar ook omdat er hoe dan ook veel ondergrondse infrastructuur bij komt kijken, zowel leidingen als kabels. Daarom willen wij op deze locaties aanwezig zijn.’  

EN IN HET BUITENLAND?

In Nederland is er dus door de energietransitie genoeg te doen. Bijdragen aan de elektrificatie, onder andere met innovaties als de inzet van de ploegtechniek. Volop aan de slag met de aanleg van lokale, kleinschalige warmtenetten, in de wijken maar ook bij de industriële complexen die vaak restwarmte zullen leveren. Onderhoud en veranderingen aan de bestaande gasinfrastructuur en bouwen aan de systemen voor geïntegreerde energie. Maar hoe zit het in het buitenland?

‘Voor een deel geldt in het buitenland hetzelfde als in Nederland. Vooral wind en zon maar ook warmte zijn in de landen om ons heen een stuk populairder dan voorheen. Duitsland kijkt bijvoorbeeld al heel nadrukkelijk naar onze ploegtechniek voor de aanleg van hoogspanningsverbindingen.’  

KENNIS EN MATERIEEL

‘Daarnaast zijn er ook grote verschillen. In veel landen is de gasinfrastructuur nog niet zo ver ontwikkeld als bij ons. En terwijl we aardgas in Nederland zien als een fossiele brandstof waarvoor schonere alternatieven beschikbaar zijn, zijn er ook veel landen waar aardgas juist dat duurzamere alternatief is. Bijvoorbeeld de landen waar men voor de energievoorziening meer gebruikmaakt van steenkool of bruinkool. Ook zijn er regio’s die onafhankelijker willen zijn van politieke verhoudingen en daarom hun eigen aard- of schaliegasvoorraden willen gebruiken.’

‘Waar we in Nederland de grote projecten voor aanleg van transportleidingen steeds verder zien afnemen, is dat in Frankrijk, Italië, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk nog niet het geval. Aan de infrastructurele projecten in die landen blijven we graag bijdragen. Omdat het vaak gigantische projecten betreft, zullen we daarbij in veel gevallen samenwerken met partners. In dergelijke joint ventures brengt A.Hak unieke kennis en ervaring in. Ook doen we het goed vanwege onze eigen materieelvloot, waaronder het nodige boorequipment en de mensen die weten hoe ze daarmee om moet gaan.’